Nabij de dood

Lezing/concert Pim van Lommel met Panta Rhei Vocaal

Pim van Lommel heeft als cardioloog ruim 25 jaar gewerkt in het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem. Tijdens zijn studie kwam hij voor het eerst in aanraking met een bijna-dood ervaring (BDE). Van Lommel: “Het was in 1969. Ik was dat jaar begonnen met mijn opleiding cardiologie. Een patiënt met een hartstilstand werd met succes gereanimeerd en iedereen was tevreden. Maar de patiënt was helemaal niet blij dat ze hem hadden ‘teruggehaald’. Hij vertelde over een tunnel, licht en kleuren, een prachtig landschap en over muziek. Hij was heel emotioneel.”

Voor Van Lommel was dit een bijzondere ervaring. Hoe kon iemand, bij wie de hersenfuncties waren uitgevallen, zich bewust zijn van deze dingen én ze zich nadien herinneren? Deze vraag liet hem niet los en was de aanleiding tot een wetenschappelijk onderzoek. In 2007 kwam zijn boek ‘Eindeloos bewustzijn, een wetenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring’ uit. Het boek is een wereldwijde bestseller. Dat het onderwerp actueel én tijdloos is, blijkt uit het feit dat Van Lommel nog steeds drukbezochte lezingen geeft in Europa en Amerika.

Pim van Lommel en Panta Rhei Vocaal gaan hun krachten bundelen in het programma ‘Nabij de dood’. Panta Rhei Vocaal komt uit de wijde omgeving van Arnhem, een groep ervaren zangers die overal in het land bij uitvaarten zingen. Toen bij dirigent Frank Litjens in 1993 het idee opkwam om met de groep specifiek bij uitvaarten te zingen, hadden zij een keer repetitieweekend in het huis van één van de sopranen, Niekje van Lommel, de vrouw van Pim van Lommel.

Litjens: “Voor mij was het gebied van de bijna-dood ervaring een onbekend terrein tot Pim na een repetitiedag met Panta Rhei Vocaal ons ’s avonds redelijk laat het een en ander daarover vertelde. Zijn vrouw Niekje zong bij ons en dit repetitieweekend vond plaats in hun huis. Alles kwam door dat verhaal in een ander kader te staan. Plotseling kwam er een mogelijkheid, misschien wel een besef van een groter geheel waarin wij met onze muziek een rol zouden kunnen spelen.”